Schouwen door de eeuwen heen
Marmer![]() |
Hout![]() |
Steen![]() |
Schouwen door de eeuwen heen
De traditie van sierschouwen kwam vooral vanuit Frankrijk overgewaaid. De schouwen die we in België zagen, weken niet van het Franse voorbeeld af: ofwel werden ze rechtstreeks uit Frankrijk geïmporteerd, ofwel maakten de Belgische ambachtslieden getrouwe imitaties van de Franse schouwen. De geschiedenis van de sierschouw liep precies gelijk met de kunst- en architecturale stromingen van elke periode. Schouwen deden hun intrede in de XIIde eeuw, toen ze reeds tegen een muur aangebouwd werden. Ze hadden een ronde vorm, werden in metselwerk opgetrokken en hadden een bolvormige rookvang. Een eeuw later verschenen de rechthoekige haarden ten tonele.
Het was wachten tot de flamboyante gotiek vooraleer ornamenten de open haarden sierden. Tijdens de renaissance en onder de Italiaanse invloed kwamen schouwen echter volledig tot bloei. Het begin van de XVIIde eeuw bracht opnieuw een zekere soberheid. Minder monumentaal, maar daarom niet minder indrukwekkend waren de sierschouwen in Lodewijk XIII-stijl, die vernieuwend waren door het vooruitstekende kader, dat van de bovendrempel tot aan het plafond reikte. De versieringen uit eerdere perioden moesten plaats ruimen voor een eenvoudige sierlijst.
Onder Lodewijk XIV zette die tendens zich verder door. De stijl onder het bewind van de Zonnekoning werd vooral gekenmerkt door veelal gebogen en eenvoudige sierlijsten rond de haard, die in de typische gebogen frontons resulteerden, en door de trumeau.
Vanaf 1725 straalde de Lodewijk XV-stijl elegantie en joie de vivre uit, ten koste van het monumentale karakter. In de vensterlijst werden ter versiering motieven gehouwen, en de trumeau verdween meer en meer ten voordele van een eenvoudige schouw met kromme, gebogen zijmuren. Boven de bovendrempels en tabletten was er een grote, vrije ruimte waar schilderijen of spiegels opgehangen werden. Marmer raakte zodanig ingeburgerd dat stenen schouwen gemoderniseerd werden door ze in een kunstmarmeren motief te beschilderen. De Lodewijk XVI-stijl knoopte opnieuw aan met de stijl van de Oudheid: de hele sierschouw werd van decoratieve elementen voorzien. Tijdens het Directoire was wit marmer nog steeds bijzonder in trek.
De versieringen van de napoleontische stijl waren dan weer aan Egyptische onderwerpen ontleend. De Empire-stijl voegde daar arenden, leeuwen, zwanen, sfinxen en bijen aan toe. Tijdens de Restauratie vielen geen vernieuwingen op te tekenen: de schouwen werden toen vaak uit zwart of grijs marmer opgetrokken. Het Tweede Keizerrijk haalde zijn inspiratie uit verschillende stromingen. Voor de weelderigste schouwen was het wachten tot de Belle Epoque.
Hedendaagse schouwen
Of het nu om een authentieke, oude schouw of een getrouwe replica gaat, enkel een schouw die in harmonie is met de rest van het interieur, is een mooie schouw. Ook een moderne schouw kan sterke troeven voorleggen, zoals de brede waaier aan materialen en vormen en de mogelijkheid om de schouw een persoonlijke toets te geven. De rustieke schouw is totaal anders, maar daarom niet minder interessant: er is keuze uit houten, stenen of bakstenen balken, edele of eenvoudige materialen,… Kortom, een rustieke schouw behoort misschien niet eenduidig tot één bepaalde stijl, maar straalt levensvreugde uit en nodigt uit om de warmte van het houtvuur op te zoeken.












